Lezing 7 Bidden voor én namens onze geseculariseerde medeburgers

Wederom toog DC naar het pannenkoekenrestaurant. Ik weet niet of u nog gelooft dat studenten arm zijn, maar ik kan u verzekeren dat we ons bewust zijn van de inconsistentie. Ter verdediging onzer voeren we aan dat DC nu eenmaal zo geweldig is dat we dat graag in onze daden laten zien. 

Maar goed, wat is een gevulde maag zonder nieuwe ideeën om je gedachten over te laten gaan? De lezing van de maand maart ging over ‘Gebed voor de seculiere samenleving’, met als ondertitel “Keer weder, HEERE”, naar Psalm 90:13. Prof. dr. H.J. Paul, bekend van zijn gedachten over secularisatie, werkte voor ons uit hoe dat onderwerp zich verhoudt tot het gebed. Daarbij maakte hij gebruik van de boeken ‘In de weg van het gebed’, van Miskotte en ‘Prayer for England’ van Sarah Coakley en Samuel Wells. Paul begon zijn lezing bij de bede om het Koninkrijk. Vaak gieten wij dat in de vorm van een vraaggebed, maar dankzegging, schuldbelijdenis en lofprijzing zijn ook een belangrijk deel van dat tweede gebed uit het Onze Vader. De lofprijzing is van die misschien wel het belangrijkst, in het bijzonder de doxologie. Het gaat er in die bede namelijk om dat wij met ons ónvermogen worden opgenomen in Zijn vérmogen. Drie woorden zijn dan van belang: prayer, place en poor. De bede om het Koninkrijk mist concreetheid als het de verbinding met die drie verliest. Bij prayer en place kunnen we ons nog wel indenken waarom die van belang zijn voor de bede om het Koninkrijk, maar waarom de armen? Nu, ondanks dat niet alles draait om de armen, is het toch zo dat ze een belangrijke plaats innemen.

Het Onze Vader wordt bovendien niet gebeden vanuit een enkele persoon, maar spreekt in meervoud. Wie vallen onder dat meervoud? Ten eerste is dat de gemeente. Als we het gebed denken vanuit de gemeente, creëren we een gebied in de kerk dat gestalte is van Christus’ gemeente en buiten de kerk een gebied van biddeloosheid. Daarnaast kan het ‘wij’ in een gebed ook de niet-biddende medemens weerspiegelen, waarbij het onderscheid tussen kerk en wereld in zekere mate wordt opgeheven. Sociologisch kan dat geïnterpreteerd worden vanuit plaatsvervangende religie, waarbij een minderheid bidt namens een meerderheid, die het gebed en de kerk waardeert, maar geen actieve bijdrage verkiest. Theologisch kunnen we het zien als gebed dat zowel vóór de kerk als námens de wereld plaatsvindt. Een dergelijk ‘wij’ vraagt van ons echter wel wat collectief denken. Oudtestamentisch vinden we datzelfde terug, onder andere bij de priester die offert voor het volk. Daaronder wordt al het gehele volk Israël geschaard, dat vast niet volledig egalitair geweest zal zijn en bovendien worden onder sommige omstandigheden de heidenen onder dat gebed geschaard. Het Oude Testament is verleden tijd, maar er bestaat een actuele roep voor christenen om zélf priester te zijn. Op die manier kan de christen in Nederland naar de kerk gaan namens zijn buurt en bidden voor hen die het gebed niet zelf uitspreken. Tijdens een overigens gezellige borrel [wat leert men de dingen toch extra waarderen als ze onmogelijk zijn geworden] spraken we na over dit punt. Hoe moet je immers dat collectieve denken vormgeven en kan het bestaan dat je bidt namens niet-naar de kerk gaande mensen? Pasklare antwoorden vonden we gelukkig niet, maar dat maakte het extra waardevol om als reformatorische christenen samen de gedachte te proeven.

Naast het collectieve aspect heeft het gebed voor de seculiere samenleving een heilige onrust in zich en zo een bepaalde spanning; het gaat niet om pais en vree en leidt er evenmin toe. Hoe onmogelijk ook, niet allen zullen God loven. Wat mogen wij verwachten van dat gebed voor een seculiere samenleving? God gaat in de verhoring ervan Zijn ongekende gang, zo benoemt Miskotte het. Enerzijds geldt dat Gods logica ons menselijk inzicht ontstijgt en onze vragen zo te beperkt zijn voor Hem. Anderzijds ontstijgt Hij ook onze gebeden door ze dieper te vervullen dan wij zien kunnen. Dat betekent dat niet ieder specifiek gebed voor de bekering van bijvoorbeeld een buurman verhoord hoeft te worden, maar toch mogen wij in hoop bidden voor geseculariseerd Nederland vanwege het vertrouwen dat de hemel vol zal zijn van het gejuich voor Hem.